Het transport wereldwijd door o.a. containers valt onder de IMO-regelgeving. Deze staat begassingen met methylbromide zowel voor import- als exportcontainers nog altijd toe. Begaste containers worden visueel kenbaar gemaakt (gelabeld) door het “doodshoofd”-symbool en UN-nr 3359. Deze kentekens ontbreken soms doordat men deze niet voorziet (dus illegaal) of doordat gedurende het overzees transport deze kentekens gedeeltelijk of volledig verloren zijn geraakt.
Naast deze actief gegaste of begaste containers zijn er ook niet actief gegaste containers. Tijdens een lange reis (en bij soms hoge temperaturen) kunnen dampen (solventen) vrijkomen uit de gebruiksvoorwerpen of uit de verpakkingen waarin deze goederen zitten. Men denkt hierbij aan lijm of andere chemische stoffen uit kledij, schoenen en meubels. De containers die deze producten bevatten, moeten niet voorzien zijn van kentekens. Bij het openen en betreden van deze containers kunnen werknemers blootgesteld worden aan diverse dampen (zelfs aan producten die in Europa ondertussen zijn verboden) tot sterk boven de grenswaarde zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 11 maart 2002 betreffende chemische agentia. Deze containers kunnen zowel in de havens geopend worden door douanebeambten of havenarbeiders maar ook bij de eindgebruiker door een chauffeur of een logistieke medewerker van het ontvangende bedrijf.
In uitzonderlijke gevallen kunnen zelfs residusporen teruggevonden worden in producten bij de consument.
In functie van de verscheiden problematiek, kunnen volgende preventieve maatregelen voorgesteld worden om blootstelling te vermijden of te beperken:
- kijken of fumigatie wel nodig is: maak gebruik van “heat treated” paletten waardoor men niet moet begassen (symbool HT; meer info in het koninklijk besluit van 7 maart 2005 betreffende het gebruik door behandelaars en producenten van verpakkingshout van het merkteken dat de naleving van de ISPM-norm 15 bevestigt).
- werknemers informeren en sensibiliseren over de risico’s. Een instructie rond verdachte containers is aangewezen. Voorbeelden van instructiekaarten vindt u op de website van CEPA, de Centrale der werkgevers aan de haven van Antwerpen:
- het meten van de gasconcentratie en het bepalen van het soort gas in de containers voor openen door een speciaal erkend gebruiker. Indien er geen gassen worden gedetecteerd, wordt een gasvrij certificaat afgegeven.
- het voldoende lang ontluchten van containers voor het betreden.
Sommige meettoestellen zijn evenwel niet geschikt voor bepaalde type gassen.
Sommige gassen ruikt men niet.
Deze maatregel is ook minder effectief voor fosfiden als fumigatiemiddel omdat bij het openen van een container onder invloed van luchtvochtigheid de restanten van de korrels opnieuw het zeer toxische fosfine vrijgeven.
Meer informatie vindt u in Veiligheidsnieuws nr. 167 van Prebes van juni 2010:
- Gevaarlijke gassen in importcontainers: actief gegaste containers (PDF – 3 pagina’s – 353 kB)
- Niet-actief gegaste containers: onbekende risico’s (PDF – 1 pagina – 53 kB)
Naast specifieke informatie over gassen in containers vindt u ook algemene informatie over arbeidsrisico’s bij behandelen van containers in de volgende brochure van de Nederlandse arbeidsinspectie: Arbeidsrisico’s bij de behandeling van containers (PDF).
